Jai Hindley is 22 jaar en heeft dit seizoen de overstap van een succesvolle Onder-23 carrière naar het World Tour team Team Sunweb gemaakt. The Prologue sprak hem op de tweede rustdag van z’n eerste Grote Ronde ooit: de Vuelta a Espanã 2018.

Hoe is je rustdag?

Het is geweldig; weinig doen is een luxe tijdens zo’n Ronde. Ik heb vanmorgen een rustig rondje met de jongens gereden, een nap gedaan, en vervolgens sushi voor lunch gegeten. Super nice! Living the dream (lachend)

Foto: Cor Vos

Dit is je allereerste Grote Ronde. Hoe gaat het tot nu toe?

Ik heb nog nooit zoiets als dit gedaan; een wedstrijd van drie weken. De langste wedstrijd die ik heb gereden was tien dagen lang, en dat was al een behoorlijke uitdaging. Maar dit is echt enorm anders.

Is het tempo van de wedstrijd anders op dit niveau?

Zeker. Vergeleken met wedstrijden uit de categorie Onder-23 die ik vorig jaar reed, is het verschil wel een beetje belachelijk om eerlijk te zijn. Als je tijdens zo’n wedstrijd het tempo van de profs zou rijden, dan reed je waarschijnlijk solo weg!

Maar na twee weken rijd jij nog steeds mee?!

Ik kwam redelijk fris naar deze wedstrijd, wat waarschijnlijk wel meehelpt. Ik probeer elke dag zo goed mogelijk door te komen.

Heb je het idee dat je het team kan helpen?

Ik probeer Wilco Kelderman zo lang mogelijk bij te staan. Maar wanneer het aankomt op een 10 kilometer lange slotklim na zo’n vier uur volgas racen is het lastig om bij te blijven.

Denk je dat dit jou als fietser en persoon ontwikkeld?

Zeker weten. Alleen al als je kijkt naar hoe m’n benen de wedstrijden nu verteren in vergelijking met het begin van dit seizoen. Ik werd elke dag opnieuw geroosterd tijdens de Volta a Catalunya en de Ronde van Baskenland; het was een slachtpartij. Maar hoewel ik nu geen etappes win, heb ik het idee dat ik in de wedstrijd zit (en blijf zitten), en probeer ik het team in die hoedanigheid zo veel mogelijk te helpen.

Hoe zou jij jezelf als fietser omschrijven?

Nou, ik dacht dat ik een klimmer was tot ik op World Tour-niveau ging fietsen (lachend). Maar ik houd erg van klimmen en de bergetappes zijn mijn favoriete dagen in de Vuelta. Het is behoorlijk lastig om jouw specialisatie op World Tour niveau in pro-rankings uit te drukken.

Foto: Cor Vos

Wat van deze Grote Ronde heeft jou het meest verbaasd?

De grootte, denk ik. Het is allemaal zo groot. De fans die uit hun dak gaan; het is super cool! Dat heb je niet bij amateurwedstrijden. Mensen wachten letterlijk dagen aan de kant van de weg om de wedstrijd te zien voorbijkomen. Dat motiveert echt. Zeker in Baskenland, waar de fans een geweldige sfeer creëren.

Wat zou jou advies zijn aan andere jonge renners die op het punt staan om hun eerste Grote Ronde te rijden?

Het is een beetje een cliché, maar alles dag voor dag bekijken is denk ik het meest belangrijke. Je moet je elke dag focussen op dat wat komen gaat, en je alleen zorgen maken om de moeilijkere dingen op het moment dat je ze ondergaat.

Is het fysiek of mentaal zwaarder voor jou tijdens deze Vuelta?

Voor mij is het op dit moment voornamelijk fysiek. Als je mentaal een goede routine hebt, dan vliegt het eigenlijk voorbij. Zeker na de eerste rustdag, wat echt een mijlpaal is een een wedstrijd als deze. Wanneer je in het patroon komt – wakker worden, eten, racen, slapen, herhalen – gebeurt alles verrassend snel.

Hoe heb je het eerste seizoen bij Team Sunweb ervaren?

Het was onrealistisch. Dit team is super-georganiseerd en heel goed gestructureerd. Mijn wedstrijdkalender was uitdagend, dus dat was top. Ik ben zelf niet de meest gestructureerde persoon, dus een omgeving waarin alles wél gestructureerd is werkt heel goed voor mij. Het team zorgt goed voor ons jonge renners, dus het is geweldig om daar een onderdeel van te mogen zijn.

Hoe ziet jouw seizoen er na de Vuelta uit?

Ik mag op het WK Onder-23 rijden, dus dat is gaaf. Daarna heb ik nog drie hele mooie Italiaanse eendagsklassiekers, welke ik voor het eerst zal rijden: Tre Valli Varesine, Milano-Tirreno én de Giro de Lombardia. Tre Valli finisht in Varese, waar ik met het Australische nationale team niet ver vandaan woonde. Ik ken de wegen daar dus goed, en het zal tof zijn om m’n oude trainingsgebied weer eens aan te doen!